PHILOPHROSYNE.

Wees beminlijk! Al uw deugd
Heeft geen ingang bij de jeugd,
Heeft op d’ ouderdom geen vat,
Zonder dat,

Draag een vriendlijk wezen rond;
Spreek met vriendelijken mond;
Vriendlijk zij uw oogopslag
En uw lach.

Waar de jeugd haar vreugd geniet:
„Nimm ein Stock und reite mit”.
Waar men zucht om zorg of smart:
Toon een hart.

Maakt bedeesdheid iemand schuw:
’t Zij voor andren, niet voor u,
Die zijn oog niet op durft slaan,
Zie hem aan.

Zie hem aan met zulk een blik
Die vertrouwen wekt voor schrik;
Die den armsten zondaar moed
Scheppen doet.

Zij uw ernstigst woord nooit straf;
Stoot niet van u; snijd niet af;
Smoor, waar gij barmhartig zijt
Elks verwijt.

Wees toegevend, sparend, goed;
Door oprecht zijn, toon uw moed;
Door verdragen, toon uw kracht;
Oordeel zacht,

Wees beminlijk, gij die mint,
Liefde, die de harten wint,
— Machtloos blijkt gemaakte schijn —
Moet het zijn.


Ingezonden op: 19 July 2001