PROBLEEM.

’k Wou weten hoe het u zou staan,
Als zich dit voorhoofd eens ontplooide,
Dit oog eens plaats had voor een traan.
Iets als een lach, die lippen plooide…
Maar daar is gansch geen denken aan.

Wat mag van dit gefronst gelaat,
Dit strak en onbeweeglijk wezen
Toch de oorzaak zijn .~ Verborgen haat ?
Verkropte spijt ? Kleinmoedig vreezen ?
Of ’t wroegen van een booze daad ?

Of doen we u mooglijk te veel eer
Naar sleutels van ’t probleem te vragen;
En is ’t een masker, en niets meer,
Door de onbeduidendheid gedragen,
Die voor deze eene keuze staat:
Die grijns — of een onwijs gelaat?


Ingezonden op: 19 July 2001