VEENROOK.

 Gelukkig land, met geen Samoem bekend,
Siroco noch Mistral, die de ALMACHT zendt,
Zoo t ook den Veenrook miste, die zijn BUREN
Van jaar tot jaar zijn grenzen over sturen;
Juist als de Mei haar vollen horen stort,
Dan zwijgt het vooglenlied; de hof verdort;
De zwarte-vlieg verknaagt de boomgaardvruchten
Reeds in de kiem; nog zwakke kranken duchten
(Zij hoopten maanden lang van t voorjaarsweer
Verbeetring van hun toestand) wederkeer
Van hoest of kramp; gezonden voelen de oogen
Ontstoken, t hart beklemd, de huid verdrogen;
En ik, ik acht de vraag niet ongepast:
Zijn daar geen wetten tegen overlast?

Mei 1886.

Ingezonden op: 19 July 2001