VERJAARDAG.

De wereld aan te zien, welvarend nog en krachtig,
Maar met een afscheidnemend oog,
De zeventig voorbij, in t opgaan naar de tachtig,
Een leefkring dien, uit veel, een enkle slechts voltoog;

Omstuwd van een geslacht, mij over t hoofd gewassen,
Meest door een andren geest dan mij vervult bestierd;
Op stelsels prat, die slecht bij wat ik voorsta passen;
Dat weinig missen zal als t ook mijne uitvaart viert:

Ziedaar wat ernstig maakt; maar niet gebiedt te treuren,
Zoolang mij huwlijksmin en kinderliefde omringt,
Een Godlijk avondrood mijn westerkim blijft kleuren,
Zoo menig lieve bloem mijn dalend pad doet geuren,
En tusschen t gelend groen nog ne vogel zingt.

13 Sept. 1887.

Ingezonden op: 19 July 2001