ZELFZUCHT.

„Brand! brand!” in ’t midden van den nacht.
„Brand!” roept de wacht.
„Brand!” klept de klok. De lucht is rood;
De halve stad raakt op de beenen;
Wat handen heeft wil hulp verleenen;
De schade is wis; ’t gevaar is groot.
Misschien was ’t voor die brave lieden
Alreeds te laat om ’t vuur te ontvlieden!
Misschien, terwijl m’ een wakkren redt,
Verbrandt een slapende op zijn bed,
Of kost door gloed en rook te streven
Aan een der toegesnelden ’t leven!
En altijd woedt de vuurzee voort....
Gij
Knort, dewijl ’t uw nachtrust stoort.


Ingezonden op: 19 July 2001