DANK AAN GOD VOOR ONZE  VERLOSSING.

Geprezen zij de wijze macht,
De onpeilbre liefde zij geprezen,
Die aan het menschelijk geslacht
Den weg der redding heeft gewezen!

’t Verboden ooft, dat Adam at,
Doet heel zijn nakroost kwijnend sterven
Een kind kan ook gevoelen wat
Het zegt, de gunst van God te derven.

Geloofd zij God! Hij heeft Zijn Zoon,
Zijn Eengeboren Zoon gegeven!
Die bracht ons van zijns Vaders troon
Vergiffenis en eeuwig leven.

Zijns Vaders wet, door ons zoo stout
Geschonden, eerde Hij volkomen,
Droeg onze zonden op het hout,
En doet Gods gunst ons tegenstroomen.

O Zie Hem, daar Hij ’t graf verliet,
Zie Hem ten hemel opgerezen;
Ook daar zal Hij de Zijnen niet
Vergeten, maar hun Voorspraak wezen;

Daar, aan zijns Vaders rechterhand,
Zijn Kerk vermeerdren en bewaren,
En slaken van den slavenband
Die dienaars van de zonde waren.

Van daar komt Hij ten oordeel weer;
Dan wordt in ’t graf Zijn stem vernomen;
De gansche wereld ziet haar Heer ;
En ’t heil der heilgen is volkomen.

O Geve God mij, dat ook ik,
In dien ontzaglijkste’ aller stonden,
Den Rechter zien mag zonder schrik,
En bij zijn heil’gen word bevonden.


Ingezonden op: 19 July 2001