TEGEN SLECHT GEZELSCHAP.

Neen, ik wil mijn vreugd niet zoeken
Waar mijn hart niet vreedzaam slaat,
Waar ik spotten, zweren, vloeken
Hooren moet of vuilen praat.

Slecht gezelschap wil ik schuwen;
’t Maakt de besten zelfs verkeerd;
Wat een zedig hart doet gruwen
Wordt daar spoedig aangeleerd.

Eerst een kijkje, dan een lachje,
Straks een woordje meęgezeid
En men is welhaast het hachje,
Dat een’ ander ook verleidt.

Ziekten mijdt men die besmetten;
Daar is niemand op gesteld:
En ik zou mij niet verzetten,
Waar ’t mijn zielsgezondheid geldt?


Ingezonden op: 19 July 2001