KINDERKLACHT.

Hoe ben ik toch op mijn vermaak
En spel zoo nauw gezet,
Maar achtloos in de beste zaak
En traag in mijn gebed?

Wat baat mij, loshoofd die ik ben
Den wil van God te zien, ,
Als ik hem daaglijks beter ken
En daaglijks slechter dien?

Ach, veel te weinig is mijn hart
Van u, o God! vervuld;
Vergeef mij wat mij dikwijls smart.
O God! vergeef mijn schuld!

Doordring mij van uw Geest en Woord,
En schenk me in t bidden lust!
Dat gij t gebed eens kinds verhoort,
Daar ben ik op gerust.


Ingezonden op: 19 July 2001