DE LOF VAN GOD.

Hoe heerlijk is de Heer der Heeren,
In t groot en glansrijk hemelhof!
En durft een nietig kind hem eeren,
De stem verheffen tot Zijn lof?

Geen mensch op aarde kan verhalen
De grootheid van zijn majesteit;
Geen heilige in des hemels zalen
Zijn macht en goedertierenheid,

Geen engel kan zijn raad doorgronden ;
Maar al de duizende englen gaan
Met vreugd waar God hen heeft gezonden,
En heffen dankbaar t loflied aan.

k Wil met hun lof mijn tonen mengen;
De goede God versmaadt toch niet
Het offer, dat mijn jeugd kan brengen
In haar gebrekkig kinderlied.

Zoo maar het hart mij heeft gedrongen
Tot wat de mond heeft voortgebracht,
Dan heb ik mooi genoeg gezongen,
Hoe zwak van stem, hoe min van kracht.


Ingezonden op: 19 July 2001