EEN MORGENLIED.

De zon rijst op te juister tijd,
Wie zag dat immer falen?
Begint haar loop met kracht en vlijt
En zendt alom haar stralen.

Zij talmt niet, houdt zich op baar baan
Niet op, als trage luiden;
Maar streeft steeds door, recht toe, recht aan.
Van t oost naar t west, door t zuiden.

O Groote Schepper van de zon!
Laat mij haar volgen mogen;
Laat me in de taak, die k vroeg begon,
Volharden voor uw oogen

Laat me ook dees dag met vlijt en kracht
Mijn werk doen, zonder tragen!
Er volgt altijd een goede nacht
Op welbestede dagen.


Ingezonden op: 19 July 2001