LIEDEKENS.

JANTJE.

Jantje kwam
Van Amsterdam.
Veel had Jantje te vertellen;
Jantje was zoo machtig wijs,
Dat zijn borstje scheen te zwellen,.
Of hij kwam van t paradijs.

Jantje droeg
Vast moois genoeg:
t Was een jasje van fijn laken;
t Was een hoedje, rijk van glans;.
En hij dacht jaloersch te maken
Al de vrijers, al de mans

Jantje zag.
Met witten lach
Neer op al de boerenmaagden;
k Wed, dacht Jantje in zijn waan..
Dat zij allemaal me vraagden,
Mocht een meisje uit vrijen gaan.

Jantje keek
Een heele week,
Of ze niet verliefd en werden;
Maar niet een, wie t overkwam,
Toen zij zich aldus verhardden,
Werd het wijze Jantje gram.

Jantje had
Altijd in stad
Malle praatjes kunnen slijten;
Maar toen Jantje t hier begon,
Zag hij, tot zijn innig spijten,
Dat hem dat niet baten kon.

Wat deed Jan
Ten leste dan?
t Beste was naar ste te keeren,
Al de meisjes trouwden wel.
Maar met minder wijze heeren.
Jantje bleef een vrij gezel.


Ingezonden op: 19 July 2001