LIEDEKENS.

MOED HOUDEN.

Toen ik, in mijn jongen tijd,
Mooie Pleuntje heb gevrijd,
Ging ik, met mijn zondagshoed
Op mijn hoofd, haar in t gemoet;
Echter werd ik afgekeurd:
Ook goed; daarom niet getreurd

Toen ik daarop rijke Toos
Tot mijn echte weerhelft. koos,
Had ze er wel wat ooren naar,
Maar zij hield in t eerst zich raar;
k Heb er maanden om gezeurd:
Ook goed; daarom niet getreurd.

k Had haar lief tot in mijn ziel;
En toen ze in de kraam beviel,
Was t een tweeling voor t begin.
t Was wat veel, bij klein gewin;
Maar ik dacht: t is meer gebeurd!
Ook goed; daarom niet getreurd.

t Viel ook bitter uit de gis
Met haar Peetooms erfenis,
Want een ander had op t laatst
Van zijn boeltje veel genaast;
t Restje had hij zelf versleurd:
Ook goed; daarom niet getreurd.

Weetje wat ik altijd zeg?
Ieder kies den rechten welt;
Ga hem met een stijven stap,
Doe zijn best en hou zich knap;
Is er soms iets dat hem steurt:
Ook goed; daarom niet getreurd.


Ingezonden op: 19 July 2001