LIEDEKENS.

TABAKSLIED.

VOOR ROOKERS EN SMOKERS.

Des morgens was ít een trotsche plant,
Maar ís avonds lag zij laag in ít zand;
Ook ít menschlijk ras
Verdort als gras.
Mijn vriend! koop nooit een ons tabak,
Of steek dat lesje in je zak.

En als je een pijp krijgt, denk altoos:
Hoe fijn! hoe wit! hoe bijster broos!
Een klein fortuin:
Zij stort in puin!
En als je tijd hebt, denk er bij:
Al lijk ik stevig, ík ben als zij.

Blaast straks uw mond den rook omboog,
Dat brengt je alweer wat onder ít oog:
ít Is enkel lucht,
Weg met een zucht.
De wijze koning heeft gezeid:
Al ís werelds goed is ijdelheid.

De booze lust vervuilt het hart,
En ít rooken maakt uw pijpje zwart,
Geen wasschen baat;
Slechts ít vuur schaft raad:
Uw boezemkwaad, gelijk je ziet,
Moet uitgebrand, of ít helpt u niet.

En klopt gij eindlijk ít pijpje: uit,
Zoo neem dit lesje tot besluit:
Wat lekker was
Werd enkel asch;
ít Genot is kort, en haast gedaan;
Getroost u dat. of laat het staan.


Naar een oud Engelsch lied uit den tijd van JACOBUS I.

Ingezonden op: 19 July 2001