OOSTERLINGEN.

XVI.

ELIA.

Profeet en Held! Mond Gods op aard!
Omgorde met des kemels vacht!
Wiens brood de schorre rave bracht,
Die Isrel sterker toevlucht waart
Dan wagenspan en ruitermacht!

O Ziener van des Heeren licht
Beschenen, door zijn geest gevoedt
Die koningen in arren moed,
Dorst dagen voor uw aangezicht,
En smoren d afgodsdienst in bloed!

Voor u vlamt s Heeren bliksemvuur,
Dat wie u tarten t hoofd verplet;
De regen ruischt op uw gebed;
En t water splijt zich als een muur,
Waar ge in t geloof de voeten zet.

Voor u geen duistre grafspelonk,
Geen scheiding tusschen lijf en ziel;
Maar s Heeren koets met rollend wiel,
Waaruit uw eer hem tegenblonk,
Op wien uw mantel nederviel.


Ingezonden op: 19 July 2001