OOSTERLINGEN.

XV.

ELIA OP HOREB.

EEN BEURTGEZANG.

Wat houdt ge ’t hoofd ter aard gebogen,
En scheurt het harig opperkleed,
Of slaat een woesten blik ten hoogen;
Is daar geen God voor Gods profeet?
Wat doolt uw ziel door wildernissen,
En klaagt haar klachte der woestijn,
En schrikt Jehova’s hulp te missen,
Ontzonken aan zijn arm te zijn?
Gij klaagt: „Het is genoeg, o Heere!
„Neem nu mijn ziele weg van mij!
„Gun dat ik tot mijn vaadren keere,
„Hoe zoude ik beter zijn dan zij?
„Wat kan het woord eens Zieners baten,
„Eens Zieners met uw kracht gegord?
„Uw volk heeft uw verbond verlaten,
„En uw altaren omgestort!
„Uw knechten telden zij ten zwaarde,
„Ter wraak van valsche goon ontbloot;
„En zoo hun arm mijn ziele spaarde,
„Zij sterft een dagelijkschen dood!”

Sta op! uw droefheid gaat verdwijnen,
De stem verstommen uwer klacht.
Ga uit! de Heer zal u verschijnen:
Bestijg den Horeb! zwijg — en wacht!

Hoor de stormwind verheft zich! Daar dondert de orkaan,
Die de krimpende vlakte met siddring zal slaan;
Die de steenrotsen breekt en de bergtoppen knot:
Dat is God!
De Heer is in den stormwind niet.

Zie! de grond wordt geschud en geschokt en beroerd;
’t Is of Horeb uw siddrenden voet wordt ontvoerd;
De woestijn wordt beweeglijk en golft als een meer:
Dat ’s de Heer!
De Heer is in den aardschok niet.

Maar zie! lucht en woestijn staan.in brand voor uw oog!
’t Is een vuurstroom beneden, ’t zijn bliksems omhoog.;
’t Regent kolen, ’t spuwt vlammen, van verre en nabij:
Dat is Hij!
De Heer is in den vuurgloed niet.

Maar voel na ’t vuur de zachte stilte dalen!
Het zoet gesuis van ’t koeltje waalt u aan
En zalft uw hart in ieder ademhalen,
En troost u van de vreeze doorgestaan.
Elia! nu het aangezicht omwonden!
Het hoofd gebukt! Jehova nadert nu.
Hij heeft den storm der Kracht vooruitgezonden;
Maar ’t windje suist: de Liefde spreekt tot u.

Ja, de Heer is rechtvaardig en groot en geducht,
Maar ontfermende en zacht en genadig .
Als voor de aarde de zoele, gebalsemde lucht,
Als een lieflijke lente weldadig!
Al verschrikt u zijn storm, en zijn vuur, en zijn kracht.
Onze God is lankmoedig, meedoogend, en zacht.


Ingezonden op: 19 July 2001