OOSTERLINGEN.

XIX.

VASTHI.

Manlijker trots in een vrouwlijke borst
Is daar wel nooit in het Oosten vernomen,
Dan waarmee Vasthi het weigeren dorst,
Zonder den sluier ter feestzaal te komen;
Was niet de gastheer haar heer en haar vorst?

„Breng der Vorstinne mijn vorstlijken last:
Dat zij het hoofd met den haarband doe pralen
Die aan de gade van koningen past;
Dat zij u volge in de feestlijke zalen,
Waar zich ons oog aan haar schoonheid vergast’!”

„ „Breng aan den Koning mijn vorstlijken groet:
Dat hij mijn aanzicht niet zien zal op heden;
Dat ik mijn haarband niet trap met den voet
Niet als slavinne ter feestzaal zal treden,
Zeg hem, dat hoogmoed voor dwaasheid behoed.” ”

Siddrend bracht Zethar die boodschap den vorst.
Wreed heeft de Koning die fierheid gewroken;
Maar zeker nooit heeft in vrouwlijke borst
Manlijker trots in het Oosten gesproken,
Dan waarmee Vasthi hem weigeren dorst.


Ingezonden op: 19 July 2001