RIJMBIJBEL.

JEZUS SPIJST DE DUIZENDEN.

MARK. VI v. 37 — 44.

Wel is de Zoon van God op aard
Aanbidding waard!
Den grooten Meester en den Heer
Zij lof en eer!
Die, daar Hij alle dingen weet,
Ook zelfs de kleinste niet vergeet

Toont Hij in ’t groote godeskracht,
Lof zij zijn macht!
En ziet Hij ook op ’t kleine neer,
Dank zij dien Heer!
De wondren. die de Heiland doet,
Zijn almachtglans en liefdegloed.

Door groote scharen is zijn woord
Weer aangehoord;
De hemelspijs, die op hen viel,
Verkwikt hun ziel;
Maar, als nu de avond nederdaalt,
Zie! ’t needrig brood der aarde faalt.

Gewis vergat, bij ’s Heeren taal,
Hun honger ’t maal;
Maar die hun ’t hemelsch manna bood,
Heeft alle brood.
Zit neer, gij scharen! en verwacht
Een nieuw bewijs van liefde en macht

Een vijftal brooden voeden zal
’t Vijfduizendtal;
Want die het zegent, is de man
Die zeegnen kan.
Gij zijn Disciplen! breekt en biedt!
Uw’ schaamle voorraad mindert niet.

Wat zeg ik,. mindren? Komt en ziet
Wat, overschiet!
Vult elk een spijskorf met dien schat;
Hij eischt ook dat.
Want schept Hij godlijk, deelt Hij mild:
Niets dient verwaarloosd of verspild!


Ingezonden op: 19 July 2001