RIJMBIJBEL.

DE TEMPELREINIGING.

JOH. II v. 13 - 17.

Ontsteekt ook soms de liefde in toren?
O! Wat ook Ware liefde doet,
En wat gij uit haar mond moogt hooren..
Zij meent het goed.

Zie Jezus tempelwaarts getogen;
Een eedle gramschap geeft hem spoed..
En heilige ijver aan zijn oogen
Een dubblen gloed.

Hij houdt, met forsche hand geheven
Een geesel van gestrengeld touw,
En komt den Tempel binnenstreven,
Zijn plicht getrouw.

Hij immers komt het kwaad bestrijden,
Waar ít aan zijn oogen zich vertoont;
En zouden wie Gods huis ontwijden
Dan zijn verschoond.

Zie, in den heilgen Voorhof brengen
De wislaars hun onheilgen stoel,
Wijl rund en schaap hun stemmen mengen
Aan ít drok gewoel.

Zie, in den Voorhof wordt vergeten
Vat hier Gods altaar prijken mag,
Men durft zich woekerwinst vermeten,
En vuil bejag.

Maar Jezus voelt zij? toom ontwaken,
Verteerd door díijver voor Gods Huis..
En doet den boozen handel staken
En ít woest gedruisch.

O Laat ons ít HeiIge nooit ontwijden,
Door wat der wereld toebehoort,
Maar alles in ons hart bestrijden,
Wat dí eerbied stoort!

Laat, als wij voor Gods oog verschijnen,
Het aardsch belang en ít aardsch gedruisch
Voor ít heiligend gevoel verdwijnen:
Hier is Gods Huis.


Ingezonden op: 19 July 2001