RIJMBIJBEL.

DE UITSTORTING VAN DEN HEILIGEN GEEST.

HANDEL. II.

Een sterk gedruisch
Vervult het Huis,
’t Huis waar de Apostelen eendrachtelijk verkeeren;
’t Is alles stil en kalm rondom,
Toch schudt de wind het Heiligdom:
Het is de Geest des Heeren.

De Heil’ge kwam:
Een zachte vlam
Daalt op hun hoofden neer, en flikkert zonder deren;
En van hun lippen stroomt geluid
Van twintig vreemde talen uit:
Het is. de Geest des Heeren!

Ge ontzet U, Jood
En Joodsgenoot,
Te hooren uit hun mond wat niemand hun kon leeren;
Maar wacht u, wacht u voor den spot!
Die uit de Apostlen spreekt is God:
Het is de Geest des Heeren!

O, knielt dan neer!
Neemt aan den Heer,
Den opgestanen Heer, in wien ze u doen gelooven!
De godspraak is aan hen vervuld;
Daarom bekeert u, boet uw schuld,
En wacht den Geest van boven.

Apostelstoet,
Treed op met moed!
Verkondig den Gekruiste aan Jood en blinden Heiden.
U faalt, in Christus naam, geen kracht
Van redenen of wondermacht;
De Geest zal u geleiden.

Ja, Jezus leeft;
De Vader heeft,
Op zijn gebed, den Geest gezonden in ons midden.
Dies wordt op aard de naam gevreesd
Van Vader, Zoon en Heil’gen Geest,
Dien wij als God aanbidden.

B.


Ingezonden op: 19 July 2001