VII.

JOOST ATLAS.

Atlas draagt het hemeldak,
Joost zijn bundel netten,
Elk zijn zorgen, elk een pak,
Dat hem zou verpletten,
Schikte niet de goede God
Ieders leden naar zijn lot,
Schouders naar de vrachten,
En naar t kruis de krachten.

Knikt het hoofd dan, trilt de hand.
Onder t moeizaam dragen,
Heuvel-op door t barste zand,
In de heetste dagen:
Maakt u kracht en tijd te nut;
Klaag niet, zit niet, als Piet Lut,
Neder bij de pakken,
Zuchten is verzwakken.


Ingezonden op: 19 July 2001