XIV.

TOEBEREIDSELEN VOOR DE TOEKOMST.

Natuur en waarheid spant de kroon,
Blijft altijd schoon,
Zal tijd en eeuwen tarten;
Het treft, waar t zich ook toonen zal.
Niet elk, maar al
Wat oogen heeft en harten.

De aanstaande moeder, stil verblijd,
Met alle vlijt
Voor t eerste kindje aan t breien,
Breit Israels een schooner krans
Dan kunstvertoon en kleurenglans,
Die om bewondring schreien.

Voor hem de roos, de palm, het lied
Dat liefde biedt,
De aandoenelijke hulde
Van t kloppend hart, dat HIJ doet slaan,
Van t pinkend oog, dat met een traan,
Van zacht gevoel zich vulde!


Ingezonden op: 19 July 2001