STIL IS DE NACHT.

Stil is de nacht en lieflijk blinkt de maan;
Vermoeidheid rust met zorg en vrees en smarte,
Maar liefde waakt in t rustloos kloppend harte,
Zij, zij-alleen kan niet ter ruste gaan !

En waar legt Gij het lieflijk hoofd ter rust?
Melieve, waar spreidt u de slaap heur bloemen?
Wat legerkoets kan zich gelukkig roemen,
Dat zij u draagt en op haar sponde sust?

Waar is u thans het dons ten deel gevallen,
Waar gij uw len tot sluimren nedervlijt?
O zij het zacht, gelijk gij waardig zijt,
Zacht als gij-zelv, die zachter zijt dan allen.

En slaap gerust! geruster dan ik t mag,
Sinds mij uw beeld geen rust vergunt te smaken,
Sinds t mij bij nacht zoo menig uur doet waken,
En droom en doet den ganschen langen dag.

Dat droomen ook is dierbaar aan den geest.
In droomen slechts bestaat al t zoet van t leven,
Maar die zijn t zoetst die ons de slaap kan geven,
Als t hart gelooft, dat wakend hoopt maar vreest.
O droom gij zoet! en word niet wreed bedrogen,
Ontvlie t geluk u nimmer met de rust!
Droom zoet en schoon van liefde en levenslust!
En laat die droom profetisch wezen mogen !


Ingezonden op: 19 July 2001