DOCHTERTROUW.

(THE LADY OF THE LAKE.)

Daar zijn voor menschelijke zielen
Genietingen, al zijn zij schaarsch,
Die eerder hemelsch zijn dan aardsch;
En zoo er immer tranen vielen
Gansch vreemd aan elke’ onreinen tocht,
En zuiver, heiligt godlijk vocht,
Dat zich geen engel schamen mocht,
Zij zijn het, die eens vaders oogen
Op ’t voorhoofd van een deugdzaam kroost,
Een dochter, die zijn grijsheid troost ,
Met liefde en eerbied schreien mogen.


Ingezonden op: 19 July 2001