HET ERGSTE

(HAROLD THE DAUNTLESS.)

Wee der bark, als haar zeil is verscheurd,
Als de draaikolk ten afgrond haar sleurt,
Als de stormgeest de donderknots tilt,
De meermin zich aan t haar rukt en gilt;
Maar meer, als de trouwlooze hand
Eens verraders de roerpen omspant!

Wee den pelgrim in Ramas woestijn,
Die bezwijkt van vermoeidheid en pijn;
Als de zon hem verbrandt van omhoog,
Als de bron, die hij zocht, hem bedroog;
Maar meer, als de schelm die hem leidt,
Hem den dood in zijn strikken bereidt!

Wee den riddert wiens schild is gekloofd,
Wien het krijgshelmet afviel van t hoofd,
Wiens strijdros gestort is in t zand,
Wiens degen men wrong uit zijn hand;
Maar meer, zoo hij t vleien vertrouwt
Van een vrouw, die zijn ondergang brouwt!


Ingezonden op: 19 July 2001