T VIOOLTJE.

Als t viooltje in t lindelommer
t Geurig vijftal openplooit,
Mag het vrij zitch schooner roemen
Dan de rijkstgekleurde bloemen,
Waar zich woud en dal mee tooit.

Vriendlijk gloort zijn gloeiend purper.
Knikkende van morgendauw,
Vall zoon droppel overtogen,
Blonken me eens twee dierbare oogen
Van nog liefelijker blauw!

t Zonlicht doet den dauwdrop drogen.
Eer de morgen middag wordt,
Ach, de traan der afscheidsrouwe
Blonk in t oog der ongetrouwe
Ook zoo lieflijk, ook zoo kort.


Ingezonden op: 19 July 2001