ALS DE ZANGER STERFT.

(LAY OF THE LAST MINSTREL.)

Neent noem t niet dwaas; hij dwaalde niet.
Die met een vroom geloof beweerde,
Dat, als een Zanger t leven liet,
Natuur een hoorbre hulde biedt
Aan die haar levenslang vereerde;
Dat holle klip en diepe kuil
Weergalmen van een bang gehuil,
De bergbeek overloopt in t vloeien,
De bloem een traan plengt onder t bloeien,
Een doffe zucht door t boschje suist,
Zijn lievlingsplek in blijde dagen,
Beantwoord door een plechtig klagent
Dat door den top der eiken ruischt;
Dat stroomen hunne golven leeren,
Zijn uitvaart met een treurzang te eeren!


Ingezonden op: 19 July 2001