AAN MARIA VICTORIA, PRINSESSE VON TECK,

bij den dood van haar Verloofde, den Hertog VAN CLARENCE EN AVONDALE
Erfprins van de Kroon van Engeland. 14 Januari 1892.

t Vooruitzicht van een huwelijkskrans,
Een koningskroon vervlogen!
Niets dan het lijk diens jongen mans
Voor uw verbijsterde oogen!
Rondom geween en jammerklacht
Van bloedende ouderharten,
En, met zijn KONINKLIJK GESLACHT,
Een VOLK gestort in smarte!

Wie kan u troosten? Wat vergoedt
Hetgeen Uw hart moet derven?
Wat veerkracht heeft uw jeugd verhoed,
Niet met haar Lief te sterven?
Wat schijngenoegen kan voortaan
U t leven doen verdragen,
Nu t zwaard is door uw ziel gegaan,
Uw schoonste hoop verslagen?

Geen meuschlijk deelen in uw leed,
Geen engel uit den hoogen,
Slechts HIJ, die ze u vergieten deed,
Kan zulke tranen drogen.
Hef t hoofd omhoog, geef t hart aan God;
Buig voor den Heer der Heeren;
Draag waardiglijk met Hem uw lot:
Gij zult geen kroon ontberen!

17 Januari.

Ingezonden op: 19 July 2001