AAN ARAMINTA.

Zet, lieve meid, die eerzucht neer;
Hoor naar den raad, dien wij u geven:
Haak naar geen wetenschapplijke eer;
Geen valsche lauwer zij uw streven;
Bezoedel niet uw blank gemoed
Met geldbedrijf, of koopmans-treken,
Geen ambtszorg koste u vleesch en bloed,
Of mag u met haar doornen steken.

Geen Ąruimer werkkring!Ē trekke u aan;
Uw enkle roeping is bekoren.
Laat vrij den man, wien ít niet zal scha‚n,
Zijn stem in ít openbaar doen hooren.
Uw Invloed komt niet met gedruisch,
In middlen lieflijk en in wegen;
Uw werk, uw eer ligt in uw huis,
Niet als wat grootsch, maar als een zegen.

Versmaad een wedstrijd met de maus;
Uw zaak zijn ís levens HOOGSTE goederen:
De vroomheid in haar zachtsten glans;
De liefde. en ít stemmen der gemoederen.
Ons HART te winnen, te verstaan,
In al waarvoor het klopt te deelen.
Ziedaar den weg dien ge op moet gaan
Niet, zelf een mannenrol te spelen.

Dan, naar den aard van uw geslacht,
Regeert gij, waar gij MOOGT regeeren.
In uwe zachtheid is uw kracht,
Uw eer, in ít niemands lof begeeren.
ít Eenvoudig werk der LIEFDE zal
Meer goeds bestaan dan ít ongewoonste;
Gij maakt gelukkigen, van al
Wat menschen kunnen, ít beste en schoonste.

Bederf het met geen mannenwerk!
ít Ontsiert, mismaakt, ontwijdt de vrouwen,
Gelijk eení priester van Gods kerk,
Als handelshoofd kantoor te houen.

In hoofdzaak naar het Engelsch van een Ongenoemde.

Ingezonden op: 19 July 2001