BIJ CLARAS GRAF.

Ontslapen tot de rust van t graf!
Nu staan we u af,
Aan t graf niet, maar aan God hierboven!
Aan God, die u doorlouterd heeft .
En wien gij, onder alles bleeft
Beminnen en gelooven.

Rust zacht, door gade en kroost betreurd.
Ook mij gescheurd,
Van t hart, zoo ter aan t uw verbonden!
Ik heb u, als een Eigen kind,
Met Vaderlijke trouw bemind;
Nu hebt gij, door den besten Vrind,
In t Godlijk Vaderhuis, uw plaats bereid gevonden:

Maar t hart van goud, de heilge gloed,
De lijdensmoed,
Die christen HELDEN-moed mocht heeten,
De vonkling van uw rijken geest,
t Lief schepsel, dat ge ons zijt geweest,
Wordt door geen onzer ooit vergeten.


Ingezonden op: 19 July 2001