DANK EN ONDANK.

I.

Verlang geen dank; geef gansch om niet hetgeen gij geeft.
Dank Hem, die tot de gift u t hart gegeven heeft.

II.

Schoon ged-koop, t is geen schenken, maar verkoopen,
Indien gij dank verwacht.
Een dienst te doen en op een fooi te hopen,
Is t werk eens knechts, maar dat een heer veracht.

III.

Als ae ondank oogst voor dank, mijn vriend!
Denk: dit is t beetre en t geen mij dient.


Ingezonden op: 19 July 2001