DUISTERHEID.

Hoe luidkeels ook geprezen
Als zinrijk, pittig, fijn:
Die niet verstaan wil wezen,
Moet niet gelezen zijn.
Ik mijd hem, die door phrasen,
Verwrongen, vreemd en stroef,
Zijn lezer wil verbazen
En stellen op de proef.
’k Wil slechts van schrijvers weten,
Die, krachtig, klaar en kort,
Bij ’t geen gelezen wordt
Zichzelven doen vergeten.

HOOFT, volgens zijn Brieven, „kende er die de duisterheid voor de duitsheid verkoren, om te beter geesten te schijnen.”

Ingezonden op: 19 July 2001