UIT EICHENOORFF’S „WANDERNDEN DICHTER.”

Ik weet niet, wat dat zeggen wil!
Ik treed mijn huisdeur uit, heel stil;
Terstond vliegt daar een leeuwrik op
En Jubileert uit vollen krop,
Het glas, de bloemen allegaar
Staan met juweelen en paarlen in ’t haar;
De hooge popel, ’t gouden graan
Vangt buigingen en dienaars aan;
Als bode snelt me een beekje voor;
En gluur ik tusschen ’t lommer door,
’t Veld kijkt in stilte naar mij uit,
Als ware ’t mijne, lieve, bruid.


Ingezonden op: 19 July 2001