VOLKSGELOOF EN VOLKSVERHAAL.

(FOLKLORE.)

I.

DE DOORNAPPEL. DOLAPPEL.

Datura Stramonium.

De Kennisboom, waarom de Slang haar bochten
Geslingerd had, toen zij den Mensch bedroog,
Moest op Gods wenk verschromplen en verspochten,
Zoo laag gedaald, als eenmaal schoon en hoog.
Een gifstruik thans, met stekelige bladen
En bloemen, die bedwelmend opengaan,
Met vruchten, dicht met doornen overladen,
Als drakentanden scherp, en zonder vleesch daaraan,
Een klokhuis slechts, gevuld met zwarte zaden,
Dol-korrels, die naar nieuwe rampen staan.
Wee, die ze proeft! Zij dooden of verdooven;
En de appel, die „verstandig maken” moest,
Versuft, verstompt, verbijstert, en verwoest
De denkkracht, waar zij ’t leven niet kan rooven.
Die midden in den hof van Eden stond,
De vuilnishoek, ziedaar zijn erf en grond


Ingezonden op: 19 July 2001