VOLKSGELOOF EN VOLKSVERHAAL.

(FOLKLORE.)

VI.

HET ROODBORSTJE.

Och, laat mijn nestjen ongeschonden!
’k Verkoel den dorst
Van die versmachten om hun zonden;
Een bloeddrop uit uws Heilands wonden
Kleurt mij de borst.

Ik beet de punten van de doornen
Om ’t heilig hoofd
Van Gods gekruisigd’ Eengeboornen,
Wien, met de schaar der uitverkoornen,
Al ’t schepsel looft.

Met onbegravenen bewogen,
Wie hen verdoem!
Kom ik trouwhartig toegevlogen,
En dek hun de ongesloten oogen
Met blad en bloem.

Zoudt gij mij kwaad doen, mij verjagen,
Die niemand deer?
Ik zal mij weren noch beklagen;
Maar ach! voor u in al uw dagen
Geen voorspoed meer.


Ingezonden op: 19 July 2001