VOLKSGELOOF EN VOLKSVERHAAL.

(FOLKLORE.)

IX.

CHICHOREI.

Ciehorium lntybus.

Er werd een arme Ridder
                              door Voritelijk Bloed bemind;
Maar wreede KoningOUDERS
                              weerstreefden t KoningsKIND.

De twee Gelieven vloden,
                              maar vonden hulp noch heul
Eer zij de grens bereikten,
                              bereikte hen de Beul.

Met nen zwaardslag maaide
                              hij t hoofd des Minnaars af,
En dolf met d eigen zwaarde
                              hem dan en daar een graf.

Nu breng ik, sprak de wreedaard,
                              U tot den Kon mg weer.
O Neen! sprak de Prinsesse,
                              dat doet gij nimmermeer.

En vallende op de knien,
                              voor hem niet, maar voor God,
Heb deernis smeekt ze, o Hemel,
                              met mijn rampzalig lot!

Laat, laat mij eeuwig blijven,
                              waar hij in de aarde rust,
Die al mijn eer en rijkdom was,
                              en heel mijns levens lust!

Daar voelt zij aan den bodem
                              haar knien vastgekleefd;
Daar is ze een plant geworden,
                              wier bloem ten hemel streeft;

Die in haar bittren wortel
                              haar smart in de aard versteekt.
Maar van de TROUW van t KONINGskind
                              in t BLAUWE kroontje spreekt.


Ingezonden op: 19 July 2001