FRIEDA.

De lokken donker, de oogjes blauw,
Het voorhoofd blank, de wangen blozend,
Het neusje recht, het mondje nauw,
Het stemmetje liefkoozend,
De handjes fijn, de voetjes net,
Zoo vlug van tred,
Zoo buigzaam lijf en leden:
Zoo kinderlijk tot heden!

Haar moeders trots, haar vaders lust,
Als, innig opgetogen,
Hun blik op t lieve meisje rust,
Haar mond die zachte wangen kust,
Zijn oog haar staart in de oogen!
En grootvaar, die haar gadeslaat,
Wenscht, zonder iets te zeggen,
Haar, daar zijn hart naar boven gaat,
De hand op t hoofd te leggen.
O bloem van dertien jaren,
Moog zonne en winti u sparen!


Ingezonden op: 19 July 2001