GEEN AFGUNST.

Geen afgunst meer, geen afgunst meer,
Dat zou de hemel wezen!
Geen afgunst meer van iemands eer
Te voeden of te vreezen!
Geen jalouzie van grooter goed,
Van hooger rang, van witter voet,
In iemands hart te lezen!

Geen oog dat boos is, waar God mild,
God GODLIJK is in t geven,
En on-verdiende gunsten spilt
Aan die zijn wil weerstreven!
Geen nijd eens Azafs, wien t verdriet
Dat hij der dwazen voorspoed ziet,
Op weeldes top verheven!

Geen wrevel, als aan de Oudsten Zoon
Den moed gaf van te toornen
Om s Vaders liefde en vreugdbetoon,
Bij t weerzien des Verloornen!
Geen wrok, die moeilijk toe kan staan
Vat laatsten boven de eersten gaan,
Bij s Hemels uitverkoornen!

Geen afgunst meer! Barmhartigheid,
Ontferming wordt gevonden,
Met tranen. waar de ellende schreit,
En balsem voor haar wonden:
Is even hartelijk steeds de vreugd,
Die zich in andrer heil verheugt,
Uw deur voorbij gezonden?

Mijn ziel, bestrijd wat gij verfoeit
Nog sterker dan voordezen!
Een giftig kruid dient uitgeroeid
Met wortelen en vezen.
Geen afgunst ooit! Geen zweem er van!
Slechts bij volkomen liefde kan
In t hart de hemel wezen.


Ingezonden op: 19 July 2001