GEEN OORLOG.

Daar ZAL geen oorlog zijn, in spijt der donkre wolken
Met heilloos vuur gelaân, die ge aan het Staatswerk ziet,
Daar ZAL geen oorlog zijn van volken tegen volken;
Het zwaard blijft in de scheę. Maar niet alzoo de dolken
Der on-tevredenheid bij wat men vrede hiet!
’t Bevel der VORSTEN aan hun honderdduizendtallen,
Gewapend, en gezind, den nabuur aan te vallen,
Op bloed en wraak belust,
Blijft op hun LIPPEN (in hun HARTEN niet): „Plaats rust!”
Maar wie bezweert den krijg van allen tegen allen?
’t Inwendig smeulend vuur, wie waakt er die het bIuscht?


Ingezonden op: 19 July 2001