GEVONDEN.

GOETHE.

Ik dwaalde ’t bosch in,
Ging mijmrend door;
Niets zag, niets zocht ik
Niets had ik voor.

Daar lachte een bloempje
Mij toe van ver;
’t Lonkte als een oogje,
Straalde als een ster.

Als ik ’t wou plukken,
Kwam een bedrukt:
„Slechts tot verwelken
Word ik geplukt!”

Met al zijn wortels
Groef ik het op,
En droeg het huiswaart
Met blad en knop.

En in mijn hofken
Op nieuw gepoot,
Groeit, bloeit en tiert het,
En heeft geen nood.


Ingezonden op: 19 July 2001