GEZEGENDE STAAT.

Als, met het leven ONDER t hart,
Het MOEDER-hart
Zichzelf gewaar wordt, diep bewogen,
Nooit schooner lach om bleeke~ mond,
Nooit dankbrer traan dan in dien stond,
In stralende en straks biddende oogen.

Het DIEP geluk maakt haar bedeesd.
Zij hoopt, maar vreest
Aan t zoet verwachten toe te geven.
Haar blijdste ontroering maakt haar bangst
Maar heel haar wezen is verlangst,
En in de Toekomst heel haar leven.


Ingezonden op: 19 July 2001