GIJ DICHTERS DIE GEEN ZANGERS ZIJT.

Gij dichters die geen Zangers zijt,
Spaart uw geleerde kelen!
Aan ít lied, dat van geen leven trilt,
Zijn kunst en kracht vergeefs verspild;
Het streele ít OOR, zooveel gij wilt,
Het kan geen HARTEN streelen.

Wat niet dan mooi is, laat ons koud;
ít BEHAAG, maar kan niet TREFFEN;
ít Moest frisch zijn, en uit de echte bron,
ít Moest tintlen van het licht der zon,
Wat ooit een ZIEL verkwikken kon
En aan zichzelf ontheffen.

Zoo de ECHTE Zang-uit-hartedrang
Gehoond wordt en gelasterd,
Aan u de schuld, op u de doem,
Die glans voor gloed geeft, blad voor bloem,
En, jagend naar een valschen roem,
Kunstvaardig poŽtastert.


Ingezonden op: 19 July 2001