AAN DEN HEILAND.

Die zich in zonden baadde,
Maar U heeft aangeraakt,
Dien zuivert uw genade,
Die nooit baar woord verzaakt.
Maar die-ook voelt de krachten,
Die van u uitgegaan,
Naar zijn vernieuwing trachten,
Naar zijn volmaking staan.

Hij heeft van U verkregen
Gezondheid, kracht en moed,
Een weldaad, en een zegen
Die doorwerkt in zijn bloed,
Die in zijn ziel en zinnen .
In al wat in hem leeft,
Een arbeid doet beginnen,
Die nimmer einde heeft.

Geen eind; schoon menigmalen
Verslapping van de vlijt,
Ontzag voor hinderpalen,
Verzuim van taak en tijd,
Een knikken van de knieŽn
Een weigren van den voet,
Slechts vaakrig weerstand bieŽn
Aan wat de traagheid voedt.

U heb ik aangegrepen,
Gij hebt mijn hand gevat!
Ei, blijf mij medesleepen
Op ít hachlijk levenspad,
Waar wankelen en binken
Steeds NIEUWE krachten vraagt,
En machtloos neer moet zinken,
Dien gij niet schraagt en draagt.


Ingezonden op: 19 July 2001