KINDERGROETJE.

Wat s eermetaal of ridderlint
Bij t vriendliik knikje van een kind,
Verblijd mijn oog te ontmoeten?
t Is on-gedwongen, on-geveinsd,
Geen gunst die over weergunst peinst,
Of waar mij afgunst voor doet boeten.

Geroemd te worden zegt niet veel;
Geliefd te zijn is t schoone deel,
Mij onverdiend te beurt gevallen:
Och lieve menschen, klein en groot,
Wier harte zich voor t mijne ontsloot,
Hoe zegen ik u allen!

Maar u het eerst, maar u het meest,
Gij kinderkopjes, op mijn geest
Van altijd onverzwakt vermogen,
Die van geslachte tot geslacht
Met lachjes mij hebt opgewacht
En toegelonkt met uw reine oogen.

1888.

Ingezonden op: 19 July 2001