KUNST EN KUNSTJES.

1.

Die van de Kunst moet leven, volgt al vaak,
Zijn eigen niet, maar d algemeenen smaak,
Wordt kunstenmaker, dwazen tot vermaak,
En stelt zich, voor wie wijs is, aan de kaak.

2.

Weet dit, die t Kunstje, niet der Kunst uw krachten wijdt:
De Kunst is eeuwig, maar het Kunstje heeft zijn. tijd.


Ingezonden op: 19 July 2001