LOUISE.

Uitgestorven schijnt mij ít pad,
Waar ik daaglijks ít kind ontmoette
Dat mij, daar ít mij tegentrad,
Met zoo lief een lachje groette;
Ach, hoe noode mis ik dat!

Eders is het heengegaan,
ít Vriendlijk kind van dertien jaren,
Elders lacht haar ít leven aan,
Dat haar al de vreugd moog baren,
Die een schuldloos hart doet slaan.

Reinheid, eenvoud, goedheid blijví
Stralen uit die zachtblauwe oogen
Waar vooreerst geen traan in drijví,
Dan van weelde, of mededoogen,
En ít geluk zijn naam in schrijví.

Juli 1891.

Ingezonden op: 19 July 2001