MEIZOENTJE.

Alom waar Mei het grasveld kust,
Ontspruit een bloempje fijn en rein,
Voor t oog een vreugd, voor t hart een lust,
Al is het nog zoo klein.

Het knopje bloost, eer t zich ontvouwt;
t Ontsloten kransje is hagelwit;
En t hartje, dat daar binnen zit,
Dat hartjen is van goud.

Nu, lieve kindren! gaat en stoeit
In t gras dat met zijn bloempjes prijkt;
Plukt wat, voor u, er groeit en bloeit,
En daar gij op gelijkt.


Ingezonden op: 19 July 2001