AAN MIJN VROUW.

20 Oct. 1889.

Driemaal tien jaren hield ons God
Te zaam verbonden,
En doet ons, juichende in ons lot,
Zijn lof verkonden.
Wij hebben voor ons hart en huis
Een schat van zegen
En, bij beproeving, kracht naar kruis
Van Hem verkregen.

Al daalt de weg, al kort de dag,
Het wordt niet duister;
Het licht, dat ons beschijnen mag,
Behoudt zijn luister.
Gods liefde blijft dezelfde altijd,
Uw hart, als t mijne,
En kind en kleinkind toont om strijd
De trouw van t zijne.

Zoo mogen wij ons afgaand pad
Getroost betreden,
Al gaat het mooglijk iet of wat
Snel naar beneden.
Zoo blijven wij des Heeren naam
In alles loven;
Het oog zoo lang t mag zijn, TE ZAAM!
En t hart Daar boven.


Ingezonden op: 19 July 2001