NOS POMA NATAMUS.

„Wij applen hebben zwemvermogen”,
Sprak, vóór den wind. zijn tak ontvlogen,
En voortgerold tot in den vloed,
Een goudreinet met blijden moed,
En liet met innig zelfbehagen
Zich met de strooming verder dragen.
Gevallen van een hoogen boom,
Heeft IEDER wel zijn grootheidsdroom.
„Fraai!” riep de kleinste der forellen
Die over zich hem voort zag snellen,
„Maar zwem, als ik, eens TEGEN stroom!”


Ingezonden op: 19 July 2001