POňETSCHE GEEST.

ĄPoŽetsche geestĒ
Is steeds geweest
Het deel van velen,
Doet Jan en Piet,
Al zijn zij ít niet,
Den Dichter SPELEN.

Maar Dichter ZIJN
In meer dan schijn,
In ít innig wezen,
Naar gloed en gaaf ó
Een witte raaf
Nu, en voordezen!

Zijt mij gegroet,
Die dí echten gloed
In ít binnenst voedt
En uit laat breken,
Die treft, ontroert,
Verheft, vervoert,
De banden van het hart ontsnoert,
En tranen van genot doet leken!


Ingezonden op: 19 July 2001