PRAAT DAAR GIJ VERSTAND VAN HEBT.

     PRAAT DAAR gij VERSTAND van hebt,
Opgeworpen geestverlichter,
Kunstbediller, lettrenrichter .
     Die, van boven afgeschept,
     Meegeproefd hebt. meêgelept
Maar de kost niet hebt gegeten:
     Niet doorvoed zijt van de spijs,
     Die bedachtzaam maakt en wijs
Die het weten maakt tot weten.,
     Die, welzeker! óok wat weet,
     Niet nochtans wat wéten heet
Ook wat kunt, maar niet vergunnen
Dat uw beetren beter kunnen
     Wien gij driest het vonnis velt,
     Naar een wet door u gesteld.
En een wijsheid geeft te hooren,
Waar een glimlach hij geboren
     En gedacht wordt aan ’t recept:
     „Praat daar gij verstand van hebt!”
Maar gij stopt uw harige ooren,
     En volhardt op eigen trant,
Pratende naar UW verstand.

Ingezonden op: 19 July 2001